Het publiek moet in het middelpunt van de journalistiek komen te staan. In De Nieuwe Lezer leg ik uit hoe iedereen op een redactie hier aan bij kan dragen.
“Fundamentally, people will use media that help them be who they want to be, do what they want to do, and showcase a version of who they are and of what they do that they like. “
- Rasmus Kleis Nielsen
Heb je vragen, opmerkingen of aanvullingen over of op deze nieuwsbrief? Mail!
Afgelopen weekend keek ik de documentaire ‘Becoming Katharine Graham’, over de uitgever van The Washington Post in tijden van de Pentagon Papers en het Watergate-schandaal. Super inspirerend verhaal over hoe Graham als vrouw-van veranderde in een feministisch boegbeeld én de krant door verschillende hoogte- en dieptepunten heen loodste, terwijl ze zelf onder vuur lag.
Prachtig portret van een nuchter mens, dat ook nog even een Pulitzer won voor haar autobiografie ‘Een persoonlijke geschiedenis’ (verplicht leesvoer).
Perspectief
In de documentaire komt een bekende quote van Philip, de man-van, voor: ‘Journalism is the first rough draft of history’. Vroeger vond ik die quote geweldig, een soort heroïsch idee over journalisten die de eerste versie van de geschiedenis maakten. Nu kreeg ik er de kriebels van.
Niet alleen omdat die first rough draft werd neergepend vanuit een geprivilegieerd, wit perspectief, maar ook omdat het de taak van de journalistiek reduceert tot het zijn van een doorgeefluik.
In die quote zit een ouderwets perspectief op de journalistiek dat we moeten bevragen. Oud-collega Lotfi El Hamidi verwoordde het scherp in een interview in De Volkskrant vorige week:
“Ik zou mezelf als kwaliteitskrant, dat geldt ook voor Trouw en de Volkskrant, de vraag stellen: waartoe zijn wij nou op aarde? Is de krant simpelweg een doorgeefluik, gewoon registreren en opschrijven wat is? Ik vind dat een manier om het echte gesprek te vermijden: wat betekent het om een journalistiek medium of een liberale krant te zijn in tijden van fascisme, genocide, een wereldorde die afbrokkelt, en in tijden van een intense Marokkanen- dan wel moslimhaat.”
Nu wil ik niet de verdiensten van alle journalisten van de afgelopen twee eeuwen te niet doen, want er zijn talloze belangrijke ontdekkingen gedaan die tot grote veranderingen hebben geleid. Maar met de veranderingen in het informatie-ecosysteem, de inburgering van het populisme en rechtsextremistisch gedachtegoed in Nederland en de verspreiding van autocratieën daarbuiten moet de journalistiek op zoek naar een nieuwe rol en vooral naar een manier om autonomer te worden van de toenemende antidemocratische sentimenten.
De naïeve kijk op informatie
Aan de geschiedschrijvende perceptie op de journalistiek ligt bovendien een assumptie ten grondslag die niet klopt. Yuval Harari noemt die aanname in Nexus de ‘naïeve kijk op informatie’. Het kernprincipe van die kijk is dat hoe meer informatie we hebben, hoe beter dat is. Informatie leidt namelijk tot de waarheid, en dat waarheid leidt tot wijsheid en macht. Er wordt wel rekening gehouden met misinformatie en desinformatie, maar dat zijn dan ongelukjes die verholpen kunnen worden met meer informatie die de leugens blootlegt.
Het is precies de redenering achter fact-checking als strategie: de leugen is het probleem, meer correcte informatie is de oplossing.
Populisten laten zien waarom die aanname naïef is. Ze zetten informatie in als wapen om macht te vergaren. Rechters, artsen, wetenschappers en journalisten worden weggezet als leugenaars, of populisten stellen dat er niet zoiets bestaat als een objectieve waarheid, om vervolgens zelfgemaakte informatie voor eigen gewin in te zetten.
Harari biedt daarom een ander perspectief op informatie. Hij noemt het de ‘complexe kijk': informatie is alles wat zaken ordent en verbindt, en er een netwerk van maakt. Die kenmerken gelden niet alleen voor correcte informatie, maar ook voor incorrecte. Wat informatie doet, is nieuwe werkelijkheden creëren door losse dingen aan elkaar te knopen. Het typerende kenmerk van informatie is niet representatie, maar verbinding.
Deze benadering past veel beter bij journalistiek anno 2026 dan het idee dat journalisten geschiedschrijvers zijn die zich buiten de vergelijking kunnen plaatsen.
Kwetsbare positie
Dit perspectief op informatie kan helpen om de autonomie ten opzichte van de antidemocratische sentimenten te versterken. Als journalisten zich meer zouden bekommeren om wat informatie doet, en welke effecten het sorteert dan kun je je niet meer loskoppelen van de realiteit die je nota bene zelf creëert.
Zolang de democratie goed werkt, mensen gelijk worden behandeld en rechtvaardigheid zegeviert, kun je als redactie best een doorgeefluik zijn. De clustering van macht rond techplatforms en de opkomst van autocratische leiders hebben ertoe geleid dat democratische waarden niet meer vanzelfsprekend zijn. En journalistieke praktijk is gestoeld op precies die waarden en dat brengt de sector in een kwetsbare positie.
Een redactie die zichzelf als doorgeefluik ziet, doet alsof ze buiten die vergelijking staat, terwijl ze er altijd onderdeel van is. Wanneer het recht van de sterkste geldt, moet de journalistiek die democratische waarden uitdragen in plaats van ze alleen maar verdedigen.
Anders wordt je een kanarie in een kolenmijn.
Webinar: Hoe leer je je publiek beter kennen?
Op 23 maart van 10.00 tot 11.00 uur organiseert Netwerk Mediawijsheid de online Kennissessie Nieuwswijsheid en Publiekswijsheid.
Jesse Beentjes gaat in gesprek met Yael de Haan (lector Kwaliteitsjournalistiek aan de HU), Monique Parren (journalist bij de Limburger), Thomas de Man (adjunct-hoofdredacteur bij NU.nl) en Mimi van Dun (projectleider de Week van het Nieuws) over de vraag hoe je samen met je publiek op zoek kan gaan naar manieren om nieuwswijsheid te vergroten.
Inschrijven kan via deze link!
Vorige edities van De Nieuwe Lezer
▪️ De belofte die journalistiek niet nakomt
▪️ Het fundament van journalistieke strategie
▪️ Hoe je een creatieve cultuur creëert op de redactie
De journalistiek als doorgeefluik?
Daar word ik nerveus van