Vinden journalisten mensen wel leuk?
Word lid van Club PINO!
Het publiek moet in het middelpunt van de journalistiek komen te staan. In De Nieuwe Lezer leg ik uit hoe iedereen op een redactie hier aan bij kan dragen.
“Fundamentally, people will use media that help them be who they want to be, do what they want to do, and showcase a version of who they are and of what they do that they like.”
- Rasmus Kleis Nielsen
Lieve lezers, jullie hebben het gemerkt: De Nieuwe Lezer stond even op pauze. Onlangs verloor ik een zeer dierbaar persoon, waardoor mijn hoofd niet echt stond naar journalistieke dingen. In de tussentijd werd Club PINO gelanceerd (meer daarover onderaan deze brief) en daar moest ik mijn aandacht en energie voor bewaren. Inmiddels heb ik weer wat headspace voor andere dingen, dus ik ga m’n best doen om het tweewekelijkse ritme weer op te pakken.
In deze nieuwsbrief
🔸 De impact van journalistiek stagneert niet door gebrek aan publicaties, maar door gebrek aan verbinding. Wat betekent dat voor journalisten die hun publiek serieus willen nemen?
🔸 Club PINO is gelanceerd! Schrijf je onderin in voor onze online bijeenkomst in het nieuwe jaar.
Twee weken geleden sloten we met Club PINO en de andere teams het Incubatorprogramma van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek af. Tijdens een bijeenkomst gaven alle teams een presentatie over hun oplossing voor de vraag: ‘hoe betrek je publiek bij journalistiek?’. De presentaties stonden bol van succesvolle uitwisselingen tussen verschillende groepen mensen en journalisten. Het ene na het andere voorbeeld van leuke, waardevolle en informatieve bijeenkomsten passeerde de revue. Blijkt het geheim van publieksbetrokkenheid gewoon dat mensen elkaar best leuk vinden? Alleen lijkt het wel alsof journalisten mensen niet zo leuk vinden.
Als waakhond van de democratie focust de journalistiek zich vooral op wat er misgaat. Met afbrokkelende democratieën, gruwelijke conflicten en klimaatverandering is er genoeg om over te publiceren. Maar terwijl journalisten zich een slag in de rondte publiceren over ellende, stagneert het effect. Als het zou helpen om corrupte en misdadige techbedrijven, overheden en politici te ontmaskeren, zou je dan niet een breder effect van verandering moeten kunnen zien?
Publiek als klikvee
De stagnerende impact van journalistiek is niet per se de schuld van journalisten, maar eerder het gevolg van de overvloed aan informatie. Ieder persoon met controle over diens ledematen kan met een eigen doel of agenda informatie publiceren en verspreiden, om nog maar niet te spreken over de stroom AI-gegenereerd spul. En hoe meer er van iets is, hoe lager de waarde.
Terwijl journalisten de machten controleren en misstanden aankaarten, nemen mensen afstand van het nieuws. In Nederland valt het nog mee, maar de trends zijn ontegenzeggelijk negatief. Gelukkig zie ik redacties als die van Trouw steeds meer toenadering zoeken tot hun publiek, maar over op anderen plekken wordt het publiek nog steeds behandeld als klikvee.
De lat ligt hoger
De houding van NRC na het Wijers-debacle is een pijnlijk helder voorbeeld hiervan. Er worden grove fouten gemaakt, de hoofdredactie maakt zich ervan af met een stukje van 237 woorden en sluit vervolgens al drie weken lang de luiken om niets van zich te laten horen. Fouten maken is geen halszaak, maar je daarna op de redactieburelen verstoppen is ronduit onhandig en onzorgvuldig.
Ik schrijf echt niet graag zo over de plek waar ik zes jaar met veel plezier heb gewerkt, maar deze handelingswijze laat zien dat ze hun eigen lezers niet serieus nemen en het vertrouwen van de mensen voor wie ze dit werk nota bene doen (en die ervoor betalen) voor lief nemen. Als je de zorgen en grieven van je eigen publiek serieus neemt, onderneem je actie. Dan ga je niet op je handen zitten.
De negatieve trends in nieuwsgebruik leggen de lat voor journalisten juist hoger op het gebied van vertrouwen, transparantie en betrokkenheid, omdat het aanbod van informatiebronnen zo immens is. Maar zich daartoe verhouden lijkt voor sommigen nog een behoorlijke kluif. In een later gecorrigeerd artikel schreef Patricia Veldhuis, de hoofdredacteur van NRC: “Als er feiten opduiken, houden we die niet onder de pet.” Een interessante blik op journalistieke methodes: alsof journalisten ieder feitje dat ze ‘opduiken’ al publiceren. Het getuigt juist journalistieke kwaliteit als feiten in een context geplaatst worden, voordat ze gepubliceerd worden.
De waarde van het mens-zijn
In verschillende sectoren zie je dat mensen digitale uitwisselingen inruilen voor persoonlijke ervaringen: van cafés waar mensen offline gaan tot speeddaten in plaats van datingapps. Journalisten kunnen (omdat ze mens zijn, weet je wel) in deze context een gigantisch verschil maken en hun waarde laten zien ten opzichte van algoritme-gedreven platforms door hun menselijkheid te tonen. Maar wat doen ze? Om de dalende waarde van informatie te lijf te gaan, kiezen uitgevers ervoor om abonnementen ‘te laden’ met puzzels, flitsende apps of meer lifestylejournalistiek.
Uiteindelijk komt deze kwestie neer op de vraag: wat moet journalistiek mensen in staat stellen te doen? We moeten een midden zien te vinden tussen deze vraag en het doel van journalistiek. Mattia Peretti gaf tijdens de afsluiter van de Incubator een presentatie over een experiment waarin hij mensen deze vragen voorlegt. Op de vraag naar het doel van journalistiek komen antwoorden als ‘het publiek informeren’, ‘waarheid- en feitengedreven informatie verstrekken’ en ‘de macht controleren’. Op de vraag waar journalistiek mensen toe in staat moet stellen, noemt men ‘actie ondernemen’, ‘mensen met elkaar verbinden’, ‘begrip creëren’ en ‘beslissingen nemen’.
Als mensen, met mensen
Wat mij betreft is het probleem dat het klassieke doel van journalistiek niet meer automatisch leidt tot wat mensen nodig hebben om te handelen, begrijpen of verbinden. Als je mensen wilt informeren en de macht wilt controleren, maar de manier waarop je dat doet ervoor zorgt dat mensen zich overweldigd voelen of dat tweedeling wordt versterkt, dan moet je je afvragen of de methode nog werkt.
Peretti pleitte tijdens de presentatie daarom voor een mensgerichte (niet publieksgerichte) aanpak, en daar ben ik het volledig mee eens. De heersende ideeën over wat journalistiek is, creëren afstand tussen journalisten en het publiek, terwijl de waarde van journalistiek juist zit in de verbinding die journalisten kunnen maken - als mensen, met mensen. Als journalisten de afkalvende impact van hun werk willen keren, is de oplossing opvallend eenvoudig: laat zien dat je ook een mens bent. Dat is geen zwakte, maar precies de kracht.
🚀 Club PINO is áán
In de tussentijd lanceerden we echt iets waar ik enorm blij mee ben: Club PINO bestaat nu officieel! Wat afgelopen voorjaar begon als een project onder de vleugels van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek bij de Incubator, ging op 19 november voor het eerst echt live — met tientallen PINO’s bij elkaar in De Richel in Amsterdam.
Nu gaan we zelfstandig verder en bouwen we aan een plek waar vernieuwers kunnen leren, experimenteren en elkaar versterken, met evenementen, gesprekken en samenwerkingen in het verschiet.
Je kunt nu lid worden van Club PINO op onze website!
Op 6 januari 2026 organiseren we een online bijeenkomst: Plannen met PINO’s. In een uurtje ga je aan de slag met je doelen voor het nieuwe jaar, zodat je met frisse moed en heldere plannen je wilde ideeën kunt gaan uitvoeren om de journalistiek nog beter te maken. Schrijf je hier in!
Vorige edities van De Nieuwe Lezer
▪️ ‘Stap met vertrouwen in het onbekende bestaan’