Het publiek moet in het middelpunt van de journalistiek komen te staan. In De Nieuwe Lezer leg ik uit hoe iedereen op een redactie hier aan bij kan dragen.
“Fundamentally, people will use media that help them be who they want to be, do what they want to do, and showcase a version of who they are and of what they do that they like.”
- Rasmus Kleis Nielsen

Ik kwam vorige week zaterdag uit een bioscoopzaal waar ik net ‘2+2=5’, een documentaire over George Orwell, had gezien, toen ik het nieuws las over de inval in Venezuela. Terwijl de teksten van Orwell nog in mijn hoofd nagalmden, hoorde ik niet veel later een nieuwslezer bij de NOS spreken over ‘een actie van de VS’. Mijn kin viel op mijn knieën. Newspeak in de praktijk: eufemistisch en omslachtig. Actie, alsof het om een aanbieding bij de Kruidvat ging.

Voor ik aan deze rant begin: ik vind dat de NOS een uitstekende redactie heeft, maar ik word langzamerhand knettergestoord van dit soort taalgebruik en de krampachtige journalistieke reflex van niet willen oordelen. Overigens niet alleen door deze redactie, maar door de manier waarop uitingen en acties van autoritaire leiders door journalisten met een soort mantel van valse neutraliteit worden bedekt, waardoor ze worden genormaliseerd. Deze week werden ook uitingen van de regering-Trump in een kop gebruikt om te melden dat de vrouw die op klaarlichte dag door ICE-agenten werd doodgeschoten, op de agenten zou zijn ingereden.

Ik vind objectiviteit best een ingewikkeld thema, en ik vind het ook niet prettig om af te geven op collega-journalisten, maar ik ben er ook van overtuigd dat we autoritaire leiders in de kaart spelen en hun gedachtegoed normaliseren door dezelfde journalistieke praktijken op hen toe te passen als we doen op leiders die zich wel aan de democratische waarden houden. Helaas leven we in een wereld waarin meer landen een autocratische regering hebben dan een democratische, en dat brengt de journalistiek en individuele journalisten in gevaar. Dus moeten we onze strategie veranderen.

Werkelijkheid

In het boek Nexus van Yuval Noah Harari las ik een aantal omschrijvingen die helderheid scheppen. Zo schrijft hij: er bestaat een universele werkelijkheid die objectieve feiten bevat. Je kunt daar meningen en ideeën over hebben, maar die veranderen die werkelijkheid niet. Hoe graag demagogen dat ook mogen willen. De waarheid is een accurate weergave van die werkelijkheid, maar geen een-op-een weergave, omdat er altijd aspecten onderbelicht blijven. En daar ontstaat natuurlijk altijd frictie.

Het probleem voor journalisten is dat ze niet altijd over genoeg objectieve feiten beschikken om de werkelijkheid accuraat te beschrijven. In het geval van buitenlandse verslaggeving moeten ze het vaak doen met informatie uit tweede hand, van persbureaus of overheidscommunicatie als er geen correspondent ter plaatse is. In een wereld waarin autocraten de dienst uitmaken, wordt dat een probleem, want je kunt niet meer vertrouwen op de bronnen waar je altijd op hebt vertrouwd. Persvoorlichters van autocraten zijn per definitie onbruikbaar, en als het werk van journalisten van persbureaus wordt beperkt zit je met een probleem. In een wereld waarin er meer informatie dan ooit is, ontstaat er toch een schaarste. Of toch niet?

Gelukkig worden redacties er steeds beter in om, naar het voorbeeld van Bellingcat, door burgers gemaakte beelden te analyseren. Door beelden naast elkaar te leggen en daar allerlei handige digitale trucs op los te laten, kun je achterhalen wat er precies is gebeurd. Zo hoef je niet af te gaan op tweedehandsinformatie en kun je duidelijke uitspraken doen over de waarheid. Alleen: dat kost tijd. Toch wordt er vaak voor gekozen om snelheid boven kwaliteit te verkiezen en af te gaan op informatie waarvan we niet zeker weten dat die niet klopt. Dat is schadelijk voor de journalistiek.

Hoe minder, hoe beter

De consensus was: hoe meer informatie, hoe beter. Hoe meer informatie we hebben over een onderwerp, hoe dichter we bij de waarheid kunnen komen. Ik denk dat dit niet langer klopt. Zeker in een tijd waarin AI-modellen zoveel mis- en desinformatie de wereld in pompen dat mensen er niet eens tegenop kunnen lezen, laat staan produceren, zou het nieuwe mantra moeten zijn: hoe minder, hoe beter. Helaas staat dat haaks op hoe nieuwsorganisaties zijn ingericht.

Wat we nodig hebben, zijn instituten die de waarheid nastreven, die beschikken over goed werkende, zelfcorrigerende mechanismen, die uitkomen voor hun feilbaarheid en daar verantwoordelijkheid voor nemen. (Heeft iemand trouwens nog iets gehoord over wat NRC doet om te voorkomen dat er opnieuw onjuiste verslaggeving in de krant verschijnt?) Daar waar de tijd wordt genomen om zaken goed uit te zoeken, en niet toch nog even het laatste nieuws te publiceren op basis van matige bronnen. Waarom zou je eigenlijk? Want dan ben je uiteindelijk niet veel beter bezig dan die AI-modellen die produceren om het produceren.

Nieuwsorganisaties moeten radicale, strategische aanpassingen doen om te voorkomen dat ze overbodig worden. De waarde van journalistiek ligt juist in accurate, door mensen gemaakte informatie, als een baken van rust en veiligheid in stormachtige tijden. Het is ontzettend ingewikkeld om een strategie te kiezen in een constant veranderend informatielandschap: van AI tot digitale platforms, van autoritaire leiders tot partijen die ineens de WOO willen beperken. Maar deze veranderingen zijn niet gisteren begonnen.

‘The Valley of Death’

In snel veranderende omgevingen hebben bestaande spelers het extra lastig, schrijft Lucy Küng in Strategic Management in the Media. Door veranderingen verliezen strategische voordelen (zoals mensen, expertise en producten) hun relevantie of worden ze zelfs een nadeel. Deze situatie wordt beschreven als ‘the Valley of Death’, en om die vallei heelhuids over te steken, moeten organisaties zich aanpassen terwijl ze hun bestaande activiteiten overeind houden.

Als een organisatie veranderingen doorvoert die te radicaal zijn, ondermijnt dat de bestaande activiteiten en komt het voortbestaan van de organisatie in gevaar. Maar zijn de veranderingen te licht of wordt er te lang gewacht, en worden fundamentele aanpassingen vermeden, dan kan het zijn dat de vraag naar het product verdwijnt. Te lang wachten vergroot de kans dat aanpassingen later niet meer mogelijk zijn. Het doorvoeren van veranderingen zorgt vrijwel altijd voor een dip in resultaat, dus kun je die het beste doorvoeren op een moment dat de situatie robuust is.

Met de AI-bubbel en de geopolitieke onrust hangen er signalen van een recessie in de lucht. Gelukkig is de financiële situatie voor de meeste nieuwsorganisaties nog robuust, waardoor dit een goed moment is om strategische aanpassingen door te voeren. Want, ik schrijf het hier nog maar eens op: niet alleen de autocraten en tech bedrijven bedreigen de journalistiek, ook burgers haken af: gebruik, interesse en vertrouwen in journalistiek dalen al jaren. Dit alles maakt van niks of weinig doen eigenlijk geen optie.

De sector moet beter worden in zichzelf bewijzen en verdedigen, en ik snap echt niet meer waar we op zitten te wachten. Tijd voor actie (pun intended).


Vorige edities van De Nieuwe Lezer

▪️ Voel jij je thuis in de journalistiek?

▪️ Vinden journalisten mensen wel leuk?

▪️ ‘Stap met vertrouwen in het onbekende bestaan’

Hoe journalistiek autoritaire macht normaliseert

En hoe we dit oplossen